Bijeenkomst 1 | Doel van supervisie, randvoorwaarden, beginfase van de supervisie: supervisiemodellen, contract, competentiegericht werken en doelen stellen. Na deze bijeenkomst
- ken je de doelen en definitie van supervisie;
- ken je verschillende supervisiemodellen en ben je middels oefening bewust van verschillen in supervisierol;
- heb je kennis van supervisiecontracten en weet je welk supervisiecontract je zelf wilt gaan gebruiken;
- heb je geoefend met het opstellen en bevragen van doelen in supervisie;
- kun je in een kort kennismakingsgesprek inschatten of een potentiële supervisant en jij een leerzaam traject met elkaar kunnen aangaan;
- ben je je bewust van jouw eigen “brand” als therapeut en als supervisor.
Bijeenkomst 2 | Beginfase van supervisie: supervisorstijlen en gebruik van actieve technieken in de supervisie. ethische dilemma’s en gebruik van de praktijktoets. Na deze bijeenkomst
- heb je kennis van en geoefend met verschillende supervisorstijlen;
- heb je geoefend met de verschillende manieren van kennis overbrengen/actieve technieken (gebruik maken van observatie, rollenspel, video opnames);
- ken je de ethische aspecten die van belang zijn in het supervisieproces;
- ken je de procedure van moreel beraad;
- heb je geoefend met het invullen van een praktijktoets.
Bijeenkomst 3 | Middenfase van de supervisie: dossiervorming, diversiteitsaspecten, supervisant-supervisorrelatie en groepssupervisie.
Na deze bijeenkomst
- (her)ken je de mogelijke diversiteitsaspecten bij de supervisant en de supervisor die een rol kunnen spelen binnen de supervisierelatie;
- ben jij je bewust van de specifieke aspecten die in de middenfase van de supervisie van belang zijn;
- heb je toegenomen kennis en vaardigheden in het toepassen van verschillende supervisie-interventies;
- heb je vaardigheden om een groepssupervisie vorm te geven;
- oefen je met specifieke problemen in de supervisierelatie.
Bijeenkomst 4 | Eindfase van de supervisie, beoordelen en evalueren.
Na deze bijeenkomst
- kun je een klimaat scheppen waarin het voor de supervisant mogelijk is om je zowel negatieve als positieve feedback te geven;
- ken je verschillende methoden waarmee je je eigen supervisievaardigheden kunt evalueren en verbeteren;
- weet je wat een N=1 onderzoeksdesign is en welke eisen de VGCt aan een N=1 verslag stelt;
- ben je bewust van de spanning tussen een veilige leeromgeving scheppen en een beoordelende rol hebben. Je kunt hierop reflecteren en over communiceren.
Werkwijze
Deze cursus bestaat uit vier klassikale cursusdagen, met daarnaast een zelfstandige voorbereiding en toepassingsopdrachten. Ter voorbereiding op elke cursusdag lees je literatuur, doorloop je een aantal online opdrachten en lever je een stukje video uit een supervisiesessie in.
Deze voorbereiding komt uitgebreid terug in de klassikale dagen. De docenten bespreken de theorie in korte inleidingen ondersteund door praktijkvoorbeelden. Daarnaast staat het oefenen van supervisievaardigheden met rollenspellen en opdrachten centraal.
Deze vaardigheden pas je vervolgens toe in jouw eigen praktijk, waarbij jij oefent met supervisanten (of collega’s, als het vinden van een supervisant niet goed lukt).
Tijdens de cursus maak jij jouw eigen ontwikkelingsplan. Hierin staan competenties die je wilt ontwikkelen. We gebruiken hierbij de zelfbeoordelingslijst voor supervisoren, beschikbaar gesteld door de VGCt.
Voor elke bijeenkomst moet je uitgaan van ongeveer 6 uur voorbereidingstijd, voor het lezen van de literatuur en het maken van de opdracht.
Literatuur
We laten je ruim voor de startdatum van de cursus via onze online leeromgeving weten over welke boeken je moet beschikken. Naast de aan te schaffen literatuur vind je in de online leeromgeving ook eventueel aanvullende artikelen, het cursusprogramma en voor elke bijeenkomst de voorbereidende opdrachten.